De Geestelijke Gezondheidszorg heeft een noodprogramma nodig

De Geestelijke Gezondheidszorg heeft een noodprogramma nodig
2019-03-26

De kinderpsychiatrie beschikt over 523 bedden en die zijn allemaal bezet. Kinderen en jongeren die vandaag dringend hulp nodig hebben, moeten zo’n vier tot zeven maanden wachten. Maar volgens minister van Volksgezondheid Maggie De Bock (Open VLD) is er geen vuiltje aan de lucht. Hoeveel alarmsignalen heeft een minister eigenlijk nodig? De Block ontloopt haar verantwoordelijkheid!

Begin deze maand hield de sector Geestelijke Gezondheidszorg een Staten Generaal in Antwerpen. Toen al klonk het unisono dat de Geestelijke Gezondheidszorg zich in een noodtoestand bevond. Vandaag wordt dat weer pijnlijk duidelijk met het verhaal van een meisje van 12 dat kampt met zelfmoordneigingen, ernstige hechtingsproblemen en wegloopgedrag. Zij kan geholpen worden… over zeven maand. Je kind kan maar beter een hartaandoening hebben dan een psychiatrisch probleem, klaagt Sofie Crommen - voorzitster van de Vlaamse Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie - terecht aan. Want er is simpelweg geen plaats voor jongeren in nood.

sp.a klopt al jaren op dezelfde nagel bij minister De Block en haar Vlaamse collega Vandeurzen (CD&V). Toch zien we op het terrein geen veranderingen en blijven de wachttijden even lang. Wraakroepend als je weet dat Maggie De Block miljarden heeft bespaard. Maar ook Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen heeft boter op het hoofd. De Centra Geestelijke Gezondheidszorg, waar kinderen en jongeren met psychische problemen vaak eerst terechtkomen, vallen immers onder zijn bevoegdheid. Ook daar is het lang wachten op een eerste gesprek. En dat wreekt zich: de problemen stapelen zich op, waardoor men onnodig in crisissituaties belandt. De Vlaamse Regering heeft het geld om daar iets aan te doen maar kijkt de andere kant op. Welke goede huisvader zet nu zijn centen op de bank terwijl zijn kinderen in nood zijn?

sp.a steunt daarom voluit de vraag van de Geestelijke Gezondheidszorg om werk te maken van een noodprogramma. Want stel je voor dat we iemand met kanker zouden vertellen dat hij of zij 7 maanden moet wachten op zijn behandeling? Net daarom is zorgzekerheid, de garantie dat wie zorg nodig heeft die ook krijgt, een speerpunt in ons programma. Hulpverleners leveren werk van onschatbare waarde, maar de regeringen moeten hen daarvoor ook voldoende middelen geven.